De excursie van de HKL naar het Veenmuseum bij Vriezenveen op zaterdag 9 mei jl. kan zeer geslaagd worden genoemd. Onder leiding van een enthousiaste gids maakten de deelnemers kennis met de geschiedenis van de vervening in de periode van ongeveer 1850 tot 1950. Zowel in het museum zelf als tijdens een rondrit met een authentiek veentreintje door het buitengebied werd een boeiend beeld geschetst van het leven en werken in het veengebied.
In het kleine binnenmuseum werd aan de hand van een maquette uitgelegd hoe de turfwinning vroeger plaatsvond. Daarbij kwamen de verschillende machines, materialen en werkwijzen uitgebreid aan bod. Vervolgens stapte het gezelschap in een origineel veentreintje voor een tocht over het museumterrein.
Onderweg werden onder meer een ingerichte veenhut, een winkeltje met gelagkamer en een karakteristieke oude Vriezenveense boerderij bezocht. De gelagkamer speelde vroeger een belangrijke rol: hier werden de lonen uitbetaald, die vervolgens vaak deels weer werden besteed aan drank en levensmiddelen.

Tijdens de excursie kwamen ook opvallende overeenkomsten met de geschiedenis van Overdinkel naar voren. Net als in het veengebied trokken ook daar arbeiders uit andere delen van Nederland, vooral uit Friesland en Drenthe, naartoe om werk te vinden. In Overdinkel ging het daarbij niet om het veen, maar om de textielindustrie. Nieuwe arbeiders mochten zich er vestigen wanneer zij binnen 24 uur een onderkomen hadden gebouwd met een rokende schoorsteen als bewijs van bewoning. Ook daar was sprake van gedwongen winkelnering.
Overigens over het ontstaan en de ontwikkeling van Overdinkel is de secretaris Dick Grovenstein bezig een boek te schrijven met als titel “Een beeld van Overdinkel“. Hierin beschrijft hij onder andere de komst naar het dorp van de veenarbeiders die in de textielfabrieken in Gronau gingen werken.



